Logo KNWWZ


Opzet en werkwijze
 
schema

• • •  De methodiekstappen
 
De ´Kijk naar wat ze zeggen´-methodiek bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. Het opstellen van een plan van aanpak: wie - wat - waar, welke thema´s.
  2. Het maken van video-opnamen.
  3. Het selecteren van videofragmenten, inclusief beschrijving van gedrag en context.
  4. Interpreteren (multidisciplinair) aan de hand van de geselecteerde videofragmenten.
  5. Wat vraagt de cliënt: opstellen van werk-/actiepunten en (later) het formuleren van de ondersteuningsplanning.
  6. De neerslag: het creëren van de overdracht- en instructiemiddelen.
• • •  Video-opnames, videofragmenten en gedragsbeschrijvingen
 
In de methode ´Kijk naar wat ze zeggen´ liggen video-opnames ten grondslag aan het observatieproces. Zo worden opnames gemaakt in verschillende, relevante situaties, zoals verzorgingsmomenten, eten en drinken, speciale activiteiten. Het is de bedoeling te komen tot coherent en representatief filmmateriaal voor elke (deel)situatie. Filmers worden geïnstrueerd hoe te werk te gaan, dat kan langs de lijnen van het ´Kijk´-videoprotocol.
 
Selecteren. Uit het ruwe filmmateriaal worden fragmenten gekozen die de basis vormen voor de interpretatieronde (d.w.z. het verlenen van de betekenissen aan het gedrag). Vragen bij het selecteren zijn o.a. de mate van voorkomen en de opvallendheid van het gedrag en ook moeten de thema´s die voor de betreffende cliënt van belang zijn aan de orde komen. De videofragmenten kunnen korter of langer zijn, maar ze moeten wel een eenheid qua gedrag, thema of gebeurtenis vormen.
 
Beschrijven. Tegelijkertijd of aansluitend worden de gedragsuitingen beschreven: wat is er te zien, met welke interactieaspecten en binnen welke context, maar ook: welke vragen roept één en ander op. Voor het registreren van dit alles zijn sjablonen beschikbaar: het formulier ´selectie videofragmenten´ en het ´Kijk-observatieformulier´. Er is ook (experimentele) software om deze gegevens vast te leggen, de ´Kijk-observatiemanager´ (... wordt herschreven).
 
• • •  Interpreteren: de betekenis bepalen
 
In deze fase worden de geregistreerde gedragsuitingen van betekenissen voorzien. Dit gebeurt door middel van een overlegronde waaraan alle betrokken (ervarings)deskundigen deelnemen, zoals ouders/opvoeders, persoonlijke ondersteuners, groeps- en activiteitenbegeleiders, gedragskundigen en vertegenwoordigers uit andere relevante disciplines (fysiotherapeut, logopedist, speltherapeut, eventueel arts). Het gesprek vindt plaats aan de hand van de volgende hoofdpunten:
  • Wat betekent het gedrag dat te zien is in deze situatie?
  • Welke ondersteuningsvraag stelt de persoon met het gedrag?
  • Hoe kan het beste aan die ondersteuningsvraag tegemoet gekomen worden?
Ook kunnen aan de hand van de geobserveerde gedragingen aanvullende vragen voorgelegd worden over het belang en het voorkomen van specifieke of in de discussie gemiste punten.
De uitkomst van de discussie wordt in documentvorm vastgelegd, met per situatie een beschrijving van de koppeling gedrag - betekenis en de bijbehorende ondersteuningspunten en -afspraken. Het verslag kan heel goed de basis vormen voor het opstellen van een persoonlijk ondersteuningsplan, d.w.z. de formele neerslag van alle ondersteuningsaspecten rond de cliënt. Verder is het de bedoeling dat men direct aan de slag kan met de praktische punten die de discussie oplevert - meestal zijn beslag krijgend via regulier of speciaal werkoverleg.
 
CD • • •  Overdrachtsmiddelen
 
Hierbij wordt gebruik gemaakt van middelen uit de audiovisuele hoek. Beeldmateriaal en interpretatiegegevens worden dan samengebracht op een al dan niet virtuele drager om in overdracht- en instructiesituaties hun dienst te bewijzen, via bijv. computer(netwerk) of tv. Er kan hierbij zelfs toegewerkt worden naar een visueel communicatie- of ondersteuningsplan. Het is hierbij belangrijk de terugkoppeling niet uit het oog te verliezen, waarborgen hiervoor kunnen al in de ondersteuningsplanning opgenomen worden.
space